Review of Voorheen de Derde Wereld: ontwikkeling anders gedacht edited by Bas Arts, Paul Hebinck, Ton van Naerssen, AJ Dietz

Tags:
Content: Bas Arts, Paul Hebinck, Ton van Naerssen (red.) Voorheen de Derde Wereld. Ontwikkeling anders gedacht Amsterdam: Mets & Schilt, 2002, ISBN 90 5330 337 5, 191 pp. Boekbespreking door Ton Dietz in Vice Versa, 2003 Jarenlang las ik vooral drie tijdschriften om op de hoogte te blijven van de Nederlandse ontwikkelingsdiscussie: maandelijks de bladen Onze Wereld en International Samenwerking en elk kwartaal het blad `Derde Wereld'. Incidenteel kwam daar een aflevering bij van Vice Versa of van de vele meer thematische of regionale bladen over verre landen die Nederland rijk was, maar je kunt niet alles lezen. De IS'en en de Onze Werelden hield ik vijf jaar in de kast, maar keek ik zelden nog een keer in. Het blad `Derde Wereld' bleef gewoon vanaf zijn `nulde' jaargang in 1981 op de plank staan en werd regelmatig nog eens geraadpleegd. Het was een netjes verzorgd, wat saai ogend blad, wars van `glossy' vormgeving, met vooral veel woorden. Hier en daar stond een zwart-wit foto; heel soms een cartoon; zelden een kaart, een tabel of een grafiek. Elk nummer eindigde met een handige boeken- en tijdschriftenrubriek. Het blad beoogde heel consistent een Nederlandstalig blad te zijn ter bevordering van theoretische reflectie over de ontwikkelingsproblematiek. Onmiskenbaar had het daarbij haar wortels in de Nijmeegse universitaire culturele revolutie van de jaren '70, waarbij het toenmalige `Derde Wereld Centrum' van de legendarische Professor Gerrit Huizer een brandpunt van `derde wereld' en `anti-imperialistische' activiteit was. Redacteuren kwamen daar vandaan of van verwante opleidingen zoals geografie of politicologie. Gaandeweg werd zichtbaar dat ook de vrouwenbeweging en de milieubeweging een plaats kregen in de redactie en in het blad. En toen was het er ineens niet meer. In begin 1999 verscheen het laatste nummer van de 17e jaargang uit 1998 en werd de stekker er uit getrokken. Het blad had nog maar 400 abonnees (van de Meer dan 1000 in de hoogtijdagen). Redacteuren (en auteurs) werden steeds meer geconfronteerd met de harder wordende normen van de universitaire wereld, waarin ze werkten, waarbij publiceren in het Nederlands werd gezien als een `waste of time'. De maatschappelijke aandacht voor ontwikkelingsvraagstukken was eind jaren '90 aan het teruglopen. Het woord `Derde Wereld' was achterhaald. Gerrit Huizer nam afscheid en zou spoedig daarna overlijden. Zelfs het `Derde Wereld Centrum' ging anders heten om beter bij de tijdgeest te passen (Centre for International development Issues Nijmegen). En de laatste jaargangen van het tijdschrift lieten op theoretische gebied een grote verwarring zien, waarbij de `ideologische zekerheden' van de begintijd (en de helden van toen) niet meer zichtbaar waren. De routine van een middag bladeren en lezen als het blad was binnen gekomen; het gebruiken van artikelen uit het blad in het onderwijs; toch ook wel de nostalgie naar de zekerheden van vroeger als ik me weer eens door een post-Modern Artikel had geworsteld; het was weg en ik miste het. Ik was blij verrast dat drie oud-redacteuren, Bas Arts, Paul Hebinck en Ton van Naerssen hun belofte waar maakten dat er nog een boek zou komen als erfenis. Het kreeg een passende titel: `Voorheen de Derde Wereld', onderstrepend dat er eigenlijk nog geen goed vervangend woord is gevonden. En de ondertitel is lekker cryptisch: `ontwikkeling anders gedacht'. Het is een boek geworden dat ik met veel plezier heb gelezen en waarvan ik denk dat het goed is als de overgebleven ontwikkelingsdenkers en -practici er kennis van nemen.
De inleiding over drie decennia ontwikkelingsdenken (van de drie redacteuren) en het laatste hoofdstuk (van mijn oude leermeester, de Nijmeegse ontwikkelingsgeograaf Ton van Naerssen) schetsen de worsteling die het tijdschrift heeft meegemaakt toen de vanzelfsprekendheden van het afhankelijkheidsdenken en haar kritiek op het modernisatiedenken werden aangetast door de teloorgang van socialistische en communistische experimenten en van de ontwikkelingsrol van de staat, door de opkomst van het neo-liberalisme, en door een `paradigmawisseling' van een (historisch-) materialistische en structuralistische aanpak naar een meer idealistische aanpak, vaak verpakt in een wolk van postmodernisme. Zes andere hoofdstukken geven steeds een andere deelproblematiek van het ontwikkelingsvraagstuk aandacht. Ted van Hees schetst de beleidsontwikkeling op het gebied van schuldvermindering en armoedebestrijding en de rol van de in Brussel gevestigde NGO Eurodad en haar `Jubilee 2000' initiatief daarbij, de organisatie waarbij hij zelf werkt. De voorheen biologen Bas Arts, Irene Dankelman en Jeroen Rijniers schetsen in een hoofdstuk over duurzame ontwikkeling de dimensies, strategieлn, valkuilen en perspectieven van mondiaal milieubeleid. Tine Davids en Francien van Driel bespreken de ontwikkeling van `vrouwen en ontwikkeling' naar `gender en globalisering'. In een stuk dat een interessante koppeling laat zien van `ontwikkelingsvraagstukken' in `voorheen de Derde Wereld' en die op het Nederlandse platteland bespreken de Wageningers Paul Hebinck en Jan Douwe van der Ploeg de verschuivingen in het denken over landbouw en rurale ontwikkeling. De Utrechtse ontwikkelingsgeograaf Paul van Lindert beschrijft op zeer leesbare wijze het internationale debat over stedelijke ontwikkeling vanaf 1976. En de Amsterdamse antropoloog Ton Salman voegt er een uiterst boeiend verhaal aan toe over de stedelijke sociale bewegingen in LatijnsAmerika en de uitdagingen die deze hebben geboden aan generaties theoretici. Het zijn stuk voor stuk `state-of-the-art' artikelen die lezers die er een tijdje uit zijn geweest weer helemaal bijpraten. En het laat je met de vraag achter waarom de vele duizenden Nederlanders die professioneel met `ontwikkelingsvraagstukken' te maken hebben gehad en de vele honderden die dat nog steeds hebben blijkbaar geen behoefte meer hadden aan het soort blad dat `Derde Wereld' was. Een deel van het antwoord wordt door Ton van Naerssen gegeven in zijn afsluitende hoofdstuk. "Achteraf gezien", zo schrijft hij. "is het nauwelijks voor te stellen dat Derde Wereld zo weinig aandacht besteedde aan de relatie globalisering en theorie". Een poging in 1994 "lokte geen discussie uit en kreeg geen vervolg". De verbrokkeling van `grote theorieлn' en het gegroeide wantrouwen in verklaringen van wat vroeger in Derde Wereld kringen de `onderbouw' werd genoemd lijken het zicht te hebben weggenomen op de grote economische transformatie die in de wereld gaande is. Het is ook opmerkelijk dat in het boek, en ook in het tijdschrift, verbazingwekkend weinig kritische analyses staan over de Nederlandse (of Europese) praktijken van bedrijfsleven, overheden en NGO's op wereldschaal. Voor veel praktijkmensen die zich met ontwikkelings- of met mondiale vraagstukken bezighouden is de kloof tussen hun eigen ervaringen en de stukken die ze daarover in Derde Wereld lazen vaak erg groot geweest. Van een kritische reflectie op het concrete werk van Nederlandse bedrijven, ontwikkelingsconsultants, DGIS, NOVIB, SNV, ICCO, Artsen zonder Grenzen en noem ze maar op is nauwelijks sprake geweest; van een bredere analyse van internationale soortgenoten evenmin. `Theorie' zonder een grondige betrokkenheid op empirie kan in zichzelf rond gaan draaien, en deed dat in de jaren '90 ook veel te veel. De opkomst van een nieuwe tegenbeweging rond het `anti-globalisme' werd zo eigenlijk niet onderkend. Juist nu zou er veel behoefte zijn aan het goed doordenken van de
vele soorten `anti- en anders-globalisme' en had een tijdschrift "Voorheen de Derde Wereld' daar een hoofdrol in kunnen vervullen. Een boek als het onderhavige is bedoeld als een terugblik op de eigen activiteiten en de context waarin die plaatsvonden. De meeste artikelen grijpen ook terug op eerdere publikaties in het tijdschrift (eigenlijk is het milieu-artikel daarbij de enige uitzondering) en in een enkel artikel is dat ook de kern geworden van het betoog (m.n. de bijdrage over gender). Als we een analyse maken van de literatuurreferenties die verder worden opgevoerd dan valt op dat verreweg de meeste context-literatuur komt van Europese of Noordamerikaanse auteurs, en van internationale beleidsinstanties (vooral de Wereldbank). De oriлntatie is daarbij erg Angelsaksisch. Voor een groep onderzoekers die zich zo nadrukkelijk solidair heeft verklaard met intellectuelen en sociale bewegingen in `voorheen de Derde Wereld' is het evenwel erg opmerkelijk hoe weinig er gebruik gemaakt wordt van schrijvers uit die landen zelf. Voor zover het gebeurt (m.n. in het stuk van Ton Salman) is het beperkt tot Spaans-Amerika. Theoretische bijdragen van Aziaten en Afrikanen worden mondjesmaat gebruikt. Ook wordt er nauwelijks over de schutting gekeken van niet-Engelssprekend Europa. Duitsers, Fransen, Italianen (met interessante uitzonderingen in het stuk over landbouw en rurale ontwikkeling), en al helemaal Oost-Europeanen spelen eigenlijk geen rol van betekenis. Als er dan wel geput wordt uit voorbeelden van wat er in andere Europese landen is gebeurd op ontwikkelingsvlak (bv in het stuk van Paul van Lindert even over de recente beleidswijzigingen in de Franse hulp) dan smaakt dat onmiddellijk naar meer. Tevens is het opmerkelijk hoe weinig er in het boek en in het tijdschrift gebruik is gemaakt van de schat aan informatie die jaarlijks wordt gepubliceerd in tientallen proefschriften van Nederlandse ontwikkelingswetenschappers en van de vele buitenlandse promovenda die in Nederland hun proefschrift verdedigen. De Nederlandse ontwikkelingspraktijk wordt nog al eens verweten aan reflectiearmoede te lijden en ik heb dat zelf op te veel plekken ook ervaren. Een blad als Derde Wereld heeft in de jaren '80 voor een deel de functie gehad daaraan wat te doen, maar is die rol in de jaren '90 kwijtgeraakt en de redactie heeft die rol vervolgens ook opgegeven door het blad te laten ophouden. Het lijkt me zaak dat gezocht wordt naar nieuwe manieren om die reflectie vorm te geven. Ton Dietz Hoogleraar sociale geografie aan de Universiteit van Amsterdam; hoogleraar sociale wetenschappen aan de Universiteit Utrecht en wetenschappelijk directeur van de landelijke onderzoeksSchool CERES.

AJ Dietz

File: review-of-voorheen-de-derde-wereld-ontwikkeling-anders-gedacht.pdf
Title: boekbespreking ton dietz voor vice versa
Author: AJ Dietz
Author: adietz1
Published: Wed Apr 8 22:48:18 2009
Pages: 3
File size: 0.02 Mb


MEDIEVAL CUISINE, 13 pages, 0.65 Mb
Copyright © 2018 doc.uments.com